Skip to main content
← Terug naar de bibliotheek
Service/HorecaHorecaHandbewegingsanalyseLooppaden

Service en horeca verbeteren: takt, looproutes en mise en place

Lean Shift Team··4 min leestijd

Bediening is een proces zoals elk ander, met één verschil: het werkstuk kijkt terug. De gast merkt elke haast, elke vergeten stap, elk gat in de flow. Daarom werkt het gebruikelijke antwoord, gewoon sneller lopen, hier niet.

Het getal dat je nodig hebt is ritjes per tafel. Hoe vaak loopt iemand naar de bar, naar de keuken, naar de bestekla? Eén avond met een telformulier is genoeg. Dat getal is eerlijker dan elk onderbuikgevoel, omdat het ook de ritjes meetelt die niemand zich aan het einde van de dienst nog herinnert.

Een voorbeeld: negen ritjes naar de bar per tafel, ongeveer 18 meter per keer, dat is 162 meter voor één tafel. Eén servicepunt per sectie, voorzien van bestek, glazen en menukaarten, brengt dat terug naar vier ritjes en 72 meter. Over dertig tafels op een avond scheelt dat 2,7 kilometer die niemand hoeft te lopen.

De tweede hefboom is takt. Bestelling, drankje, voorgerecht, hoofdgerecht: het knelpunt zit bijna altijd in de keuken, niet in de bediening. Loop je vooraan sneller, dan sta je gewoon te wachten bij de pass en serveer je koude borden. Takt volgt het knelpunt, niet de ambitie.

Mise en place is de omsteltijd van de horeca. Alles wat klaarstaat voordat de eerste gast binnenkomt, kost later geen loopwerk meer. Het is hetzelfde idee als in de productie: verplaats interne omstelwerkzaamheden naar buiten, zodat de machine draait terwijl de klant er is.

De valkuil: het tempo van de mensen opjagen in plaats van de indeling van de dingen aanpassen. Dat verhoogt fouten, stress en verloop, en de loopafstand blijft precies zo lang. Zelden zijn de mensen het probleem, meestal is het de route.

De eerste stap: tel de ritjes gedurende één avond, verwijder daarna de drie meest voorkomende door de bestemming dichterbij te brengen. Niet sneller lopen, korter lopen.